In september 2016 werd onze eerste graad een ‘eerste oriënterende graad’.
Met deze omslag/stap willen we onze leerlingen na de eerste graad talentgerichter oriënteren naar de juiste studierichting.

We willen dit realiseren door in te zetten op vijf pijlers:

eerste graad

De vijf pijlers onder de loep

Pijler 1

Ontdekken en proeven van de verschillende domeinen: Wetenschap en Techniek, Taal en Cultuur, Welzijn en maatschappij, Kunst en Creatie, Economie en Organisatie

In het eerste jaar maken de leerlingen via projecten kennis met de verschillende domeinen.
Elk project neemt ongeveer zes à acht lesuren in beslag. Sommige projecten worden verspreid over verschillende weken, andere projecten worden gerealiseerd tijdens volledige projectdagen.

Tijdens de projecten ontdekken de leerlingen welke thema’s en onderzoeksvragen aan bod komen in elk domein, welke beroepen en beroepsactiviteiten thuishoren in dit domein,…

In het tweede jaar kiezen de leerlingen twee domeinen waarin ze zich verder willen verdiepen.
Tijdens projectdagen trekken ze naar twee bedrijven/ organisaties waar ze kennismaken met de verschillende beroepsactiviteiten.

Pijler 2

Talentgericht aan de slag

Op verschillende momenten in het schooljaar werken we met leerlingen rond hun talenten. We willen bereiken dat leerlingen zich bewust worden van hun talenten, dat ze hun talenten delen met anderen en dat ze hun talenten inzetten.

Daarnaast willen we op school ruimte creëren om deze talenten verder te ontwikkelen.

We organiseren in het eerste jaar een projectweek ‘Jij hebt talent’, leerlingen spelen talentenspelen onder begeleiding van de klastitularis, we nemen deel aan ‘de nationale complimentendag’, we reiken ‘talententrofeeën’ uit op het einde van het schooljaar, we organiseren middagactiviteiten om talenten verder te ontwikkelen, we leggen een talentenmap aan, …

Pijler 3

Begeleiding door een kernteam

We streven ernaar dat de leerlingen twee jaar lang les krijgen van dezelfde leerkrachten.
Ook de klastitularis begeleidt de leerlingen indien mogelijk in het eerste en het tweede jaar.

Op deze manier zal een klein team van leerkrachten zeer goed vertrouwd zijn met de leerlingen wat zal leiden tot een adequater begeleiding.

Pijler 4

Werk maken van nauwe aansluiting met basisonderwijs

De overgang van de lagere school naar de middelbare school blijft voor veel leerlingen een grote stap. Daarom willen we een betere aansluiting zoeken met de lagere scholen.

We nodigen leerlingen van het zesde leerjaar uit om een halve dag mee te lopen, we wisselen ervaringen uit met leerkrachten van de lagere school, we gaan aan de slag met de ‘leerlingenfiche’ die leerlingen ontwikkelen in de lagere school,…

Pijler 5

Werk maken van een goede aansluiting met 2de en de 3de graad secundair onderwijs

Na de eerste graad moeten de leerlingen een nieuwe studierichting kiezen. We willen deze studiekeuze zo goed mogelijk begeleiden.

We zetten een studiekeuzetraject op waarbij er infomomenten georganiseerd worden voor ouders en leerlingen, leerlingen van het zesde middelbaar gaan in gesprek met leerlingen van het tweede jaar over hun studiekeuze, leerlingen die interesse hebben in een studierichting buiten onze school kunnen ‘stage’ lopen in deze school (snuffelstages), ...