Onze visie
De mindmap hieronder is de kapstok van onze schoolwerking.
Pijlers
Onze visie en haar pijlers vormen de fundamenten van onze schoolwerking en zijn door het voltallige team gedragen.
KIND
1. Uniek individu
Elk kind is uniek. Als school is het onze taak om hier zoveel mogelijk rekening mee te houden.
Binnen de kleuterschool werken we met gemengde leeftijdsgroepen. De structuur van onderbouw (K0-K1) en bovenbouw (K2-K3) helpt de algemene - en in het bijzonder de taalontwikkeling - van de kleuters te verhogen, waarbij het rolmodel van de oudere kleuters belangrijk is. De oudere kleuters in de klas leren dan weer extra sociale vaardigheden en krijgen extra kansen om deze vaardigheden in te oefenen.
Ook de emotionele ontwikkeling van de kleuters is gebaat bij gemengde leeftijdsgroepen. Een kleuter krijgt de kans om twee schooljaren lang in dezelfde stamgroep te zitten, waardoor ze een grotere vertrouwensband krijgen en langer in een vertrouwde omgeving kunnen vertoeven. De stamgroepleerkracht krijgt twee jaar de tijd om de kleuters te helpen ontwikkelen, wat onder meer ten goede komt aan kinderen die extra zorgnoden hebben.
In het lager zitten leerlingen per leeftijdsgroep. De stamgroep is de veilig thuishaven voor elk kind. Elk schooljaar bekijken we hoe we onze groepen zo klein mogelijk kunnen houden en onze zorg zo effectief mogelijk kunnen inzetten. Omdat we de basis héél belangrijk vinden, kiezen we bijvoorbeeld voor het inrichten van 3 kleinere groepen in het 1ste leerjaar.
Wanneer blijkt dat de noden in een groep zo hoog zijn, wordt overwogen om een instructiegroep te maken op maat van een groep kinderen. Zo werd de laatste jaren bijvoorbeeld een instructiegroep ingericht voor kinderen met specifieke zorgnoden voor wiskunde en taal.
Kinderen met individuele behoeften (niveau 1 en 2 zorgcontinuüm) krijgen waar mogelijk een aangepast traject of extra maatregelen, waarbij er ook voor hen gestreefd wordt naar het behalen van een getuigschrift basisonderwijs. Voor kinderen die ingeschaald worden op niveau 3 in het zorgcontinuüm, wordt – indien haalbaar mits redelijke aanpassingen – een individueel aangepast curriculum voorzien.
Aanleg en interesses van de kinderen worden in kleuter en lager gebruikt bij lessen kunst en cultuur en tijdens ik en de wereld (lesinhouden en -uitwerking). Ook tijdens functioneel schrijven en spreken kunnen eigen interesses gebruikt worden (bijvoorbeeld Bij spreekbeurten, …). Het hoekenwerk (kleuter en lager) biedt aan de kinderen kansen om binnen hun eigen talenten of interesses te werken.
2. Gericht op de maatschappij
Tijdens de lessen ik en de wereld en LBV wordt het blikveld van de kinderen op de wereld rondom hen verruimd. Het werken rond milieuzorg (ecoschool en de Groene, Avontuurlijke speelplaats), het multiculturele karakter van onze maatschappij en het intergenerationele werken vinden hun weerspiegeling in de wereld van de school.
Voor ik en de wereld maken we geen gebruik van één allesomvattende methode, om zo meer kansen te bieden aan de leerkrachten en de leerlingen om vanuit de leefwereld van het kind te vertrekken. We hechten ook belang aan LOTC (learning outside the classroom) en extra-murosactiviteiten (eendaagse en meerdaagse). Deze dienen altijd gekoppeld te zijn aan een klasthema of aan specifieke lessen.
Als school is het onze taak om kinderen voor te bereiden op een maatschappij die steeds meer gebaseerd is op kennis en werkt met moderne technologieën. We leren de kinderen kritisch om te gaan met de veelheid aan informatie dat onze wereld momenteel rijk is. We leren hen ook op een goede manier gebruik te maken van moderne media en IT-materiaal.
3. Ontplooiing
Naarmate de schoolloopbaan van het kind vordert, leren we hen zelfstandigheid aan. Binnen de kleuterschool gaat dit onder meer over praktische zaken als zelf de jas aandoen, schoenen knopen, … Binnen het hoekenwerk en zelfstandig - en contractwerk (bovenbouw kleuter) komen ook de uitbreiding van taakspanning en het leren plannen van activiteiten aan bod.
In de lagere school neemt zelfstandigheid een belangrijke plaats in, zowel in het praktische schoolleven als tijdens de lesactiviteiten.
Er wordt onder meer verwacht van de kinderen dat zij op zelfstandige wijze verplaatsingen binnen de schoolsite kunnen doen. Dit gaat over het wisselen van leslokaal, de start van de speeltijden, het begin of einde van de schooldag...
De lesinhouden, gegeven tijdens de instructiemomenten, worden tijdens het zelfstandig werk verder ingeoefend. De kinderen plannen de hen opgelegde taken en voeren deze zelfstandig uit. Bij dit laatste kunnen ze gebruik maken van een oog- en schoudermaatje (een medeleerling) of van de leerkracht.
Er komt heel wat informatie op onze kinderen af. Het is dan ook een uitdaging om uit alle bronnen bruikbaar materiaal te filteren. Kinderen leren op een kritische manier om te gaan met de hoeveelheid aan informatie dat door personen, boeken en het internet wordt aangeleverd.
Daarnaast zet de school in op vlotte overgangen binnen de onderwijsloopbaan: de eerste stappen op de school, de overstap van kleuter naar lager en de overstap van het lager naar het middelbaar worden met grote zorg voorbereid en behandeld.
4. Sociaal
De school is een weerspiegeling van de maatschappij. Er zijn dan ook heel wat culturen en subculturen aanwezig bij ons. Kinderen moeten leren hiermee om te gaan en iedereen respectvol te behandelen. De kapstokregels geven aan de kinderen een houvast om zich correct te gedragen tegenover anderen en om respectvol om te gaan met het materiaal van school en thuis.
Komt het tot spanningen tussen kinderen, dan kan conflicthantering hier een oplossing bieden. Deze gesprekstechniek wordt aan alle leerkrachten op school aangeleerd om te gebruiken binnen en buiten de klas.
TEAM
Een grote school, een groot team; dat wil zeggen inzetten op onderlinge samenwerking en een vlotte communicatie.
Toch proberen we te bewaken dat ook onze leerkrachten zichzelf kunnen zijn en hun troeven kunnen uitspelen, in de klas en daarbuiten. Want zo halen zij het beste uit het kind.
OUDERS
1. Samenwerking
School maak je samen. Niet alleen met het personeel en de kinderen, maar ook met de ouders van de kinderen. Zij zijn de eerste verantwoordelijken voor de opvoeding en vorming van hun kind. Een doorgedreven samenwerking is dan ook van groot belang.
Ouders kunnen op vrijwillige basis meewerken binnen de klas en de school. Mee begeleiden op uitstap, meewerken met een kook- of knutselactiviteit, een voordracht geven over een job of een hobby, een schoolfeest helpen organiseren, leesouder zijn, … Er zijn tal van mogelijke samenwerkingsinitiatieven binnen de schoolwerking.
Ouders die dieper willen gaan, kunnen aansluiten bij de oudervereniging. Deze heeft als doel activiteiten organiseren voor kinderen en/of ouders om hen meer te betrekken bij het schoolgebeuren of om een gezellig samenzijn te organiseren. De oudervereniging doet ook aan fondsenwerving om op deze manier extraatjes te voorzien voor de leerlingen van de school (sinterklaascadeau, …). Er wordt ook meegedacht met de school rond de werking en de communicatie tussen school en ouders.
2. Communicatie
Communicatie is een en, en, en-verhaal. Daarom ook hebben we verschillende manieren om in communicatie te treden met ouders.
Elke ochtend, tussen 8.15u en 8.20u, krijgen de ouders de kans om hun kind in de klas af te zetten en een informeel gesprekje aan te gaan met de klasleerkracht of een ander personeelslid. Ook na schooltijd kunnen ouders de leerkrachten aanspreken. Het schoolpoortcontact (niet alleen aan de schoolpoort, maar ook op de speelplaats) is een bijkomende kans om contacten te onderhouden tussen school en ouders. Dagelijks staan verschillende leden van het beleidsteam (zorgcoördinator, beleidsondersteuner, directie, brugfiguur) aan de schoolpoort, waardoor ze extra aanspreekbaar zijn.
Oudercontacten, oudercontacten op afroep of vraag (initiatief van de school of de ouder), zorggesprekken, afspraken met de directie, … zijn momenten waarop met ouders in dialoog wordt gegaan over zorgdossiers, vorderingen van hun kind, eventuele moeilijkheden, … Van veel van deze formele gesprekken wordt achteraf een kort verslag gemaakt en in het zorgdossier van het kind bijgevoegd.
Informatie van de school naar de ouders toe wordt op verschillende manieren verspreid: mondeling (eventueel telefonisch), een briefje in de boekentas, een bericht op de Classdojopagina, een email, een nota op het infobord aan de schoolpoort.
Belangrijke, ingrijpende informatie wordt doorgegeven via een infomoment op school. Ook daar geldt echter het principe van het en-en-verhaal.
3. Leefwereld
Aangezien onze schoolpopulatie erg gemengd is, zowel qua culturen als bevolkingslagen, is het belangrijk als school om de leefwereld van het kind en de ouders te kennen en daar in de mate van het mogelijke rekening mee te houden bij de begeleiding van het kind.
Ook in de klassen wordt aandacht besteed aan de leefwereld van het kind. Voorbeelden hiervan zijn onder andere de familiemuur in een kleuterklas, een spreekbeurt over het beroep van papa of mama, een ouder die over zijn of haar cultuur komt vertellen in de klas, …
BUURT
1. Samenwerking
In het kader van de brede-school-gedachte werkt de school samen met verschillende organisaties binnen Wondelgem.
- WZC De Liberteyt: de muur tussen de jeugd en de senioren wordt afgebroken. Aan de hand van gezamenlijke activiteiten wordt de wereld van het woonzorgcentrum binnengebracht binnen de school en omgekeerd. Het project is ingebed in de visie van de school en laat de leerling groeien in sociale en communicatieve vaardigheden.
- Fodifi: niet alleen zijn onze leerlingen jaarlijks jurylid voor de fototentoonstelling van deze fotoclub (prijs Basisschool De Regenboog), de fotografen komen ook graag op school om foto’s te maken van activiteiten of om samen met de kinderen te werken aan een fotoproject, gekaderd binnen Kunst en Cultuur.
- Lokale handelaars: in het kader van ik-en-de-wereld-thema's, gaan we graag binnenpiepen bij lokale handelaars. Oxfamvrijwilligers geven bijvoorbeeld graag uitleg over eerlijke handel en in de plaatselijke dierenwinkel onderzoeken we de noden van een huisdier.
- Child Focus: als school hebben wij aandacht voor de werking van Child Focus. Deze organisatie helpt op haar beurt de school met het organiseren van infosessies rond veilig internetgebruik in de klassen en voor ouders.
- Oudstrijdersverenigingen: jaarlijks neemt de school deel aan de 11 november herdenkingsplechtigheid aan het monument van de gesneuvelden in de Vroonstalledries. Tijdens deze plechtigheid nemen de aanwezige leerlingen een actieve rol op (voordracht, bloemenhulde, ...).
- Historische en Heemkundige Kring Wondelgem: een bezoek aan het museum van de HHKW is een vaste waarde voor onze leerlingen uit het vierde leerjaar. Onder deskundige begeleiding van de vrijwilligers van de vereniging, maken de kinderen kennis met het leven in het Wondelgem van vroeger.
- Andere verenigingen: de school heeft ook samenwerkingsverbanden met andere verenigingen binnen Wondelgem, zoals het Cultuurplatform, de bewonersgroep van de Sint-Sebastiaanstraat, het Davidsfonds, Wondelgem Swingt, … Deze samenwerking past vaak binnen specifieke activiteiten van deze verenigingen of binnen de gegeven lessen op school.
2. Aanwezigheid
Als school is het belangrijk zich te profileren binnen de buurt. Daarom ook nemen we deel aan of zijn we aanwezig bij verschillende activiteiten van Wondelgem.
Ook media-aandacht is belangrijk voor de profilering van onze school. We kwamen dan ook reeds vaak in de krant met projecten of activiteiten, maar ook de televisie is reeds meermaals op school gekomen. Belangrijk hierbij is het afstemmen met de communicatieverantwoordelijke binnen het kabinet van de Schepen van Onderwijs, zeker als het om gevoelige actualiteitsitems gaat.
THUISGEVOEL
Het thuisgevoel is bij alle actoren binnen onze visie terug te vinden. We willen als school een warm, sfeervol kader bieden voor zowel de kinderen, de ouders als het team. Want alleen als je je thuis voelt, kan je je concentreren op het gegeven onderwijs.
Hoe leerkrachten het thuisgevoel binnenbrengen in de klas, is volgens eigen creativiteit (zie visie team: zichzelf zijn). Op schoolniveau proberen we zoveel mogelijk orde te creëren in de gebouwen. Buiten overwint groen meer en meer op beton.