Latijn (eerste jaar)

Lessentabel

Vak Uren
Nederlands (*) 4
Frans 3
Wiskunde (*) 4
Natuurwetenschappen 3
Aardrijkskunde 2
Geschiedenis 1
Techniek 2
Artistieke opvoeding 2
Welzijn en Maatschappij 1
Lichamelijke opvoeding 2
Levensbeschouwing 2
Latijn 3
Engels 1
Economie 1
Persoonlijk leertraject Nederlands en Wiskunde (*) 1

Totaal

Totaal 32

Wiskunde en Nederlands (*)

Leerlingen hebben één uur persoonlijk leertraject wiskunde en Nederlands. Tijdens dit uur werken leerlingen volgens hun eigen ontwikkelingsniveau. 
Dit betekent dat sommige leerlingen een remediëringstraject volgen omdat ze de basisleerstof nog niet helemaal beheersen, andere leerlingen oefenen de basisleerstof verder in en nog andere leerlingen gaan aan de slag met uitbreidingsleerstof. 

Welzijn en Maatschappij

De eerste graad van het Atheneum Wispelberg is ‘een oriënterende eerste graad’.  We willen leerlingen talentgericht georiënteerd worden naar de juiste onderwijsvorm en –richting in de tweede graad. We doen dit onder andere via het project ‘Futuroscoop’.

In het eerste jaar maken de leerlingen kennis met vijf onderwijsdomeinen: Wetenschap en Techniek, Taal en Cultuur, Welzijn en Maatschappij, Kunst en Creatie en Economie en Organisatie.  Ze doen dit via het project ‘Futuroscoop’.  Tijdens een Futuroscoopproject verkennen leerlingen een domein via beroepsactiviteiten.  Tijdens het Futuroscoopproject ‘Taal en cultuur’ kiezen ze bijvoorbeeld om te proeven van het beroep van ‘bibliotheekmedewerker’, ‘scenarist’, cultuurwetenschapper of vertaler.

Er is in het eerste jaar een apart vak ‘Futuroscoop’ waarin het ‘domein Welzijn en maatschappij’ wordt verkend  en daarnaast zijn er ook Futuroscoopprojecten in andere vakken (Techniek, Nederlands, Artistieke opvoeding en Economie).

In het vak ‘Futuroscoop’ worden de leerlingen ook begeleid in het maken van een goede keuze voor een basisoptie in het tweede jaar.

Filosoferen

Tijdens het filosoferen gaan de leerlingen met elkaar in gesprek over filosofische vragen zoals 'Is wat een wetenschapper ziet onder een microscoop echt?, Kan je denken zonder taal? Is elke esthetische ervaring uniek? Wanneer is iets bewezen? Wat is het verschil tussen geldig en waar? Wanneer is vooruitgang verbetering?  Kan geschiedenis eenduidig zijn?, Is er meer toekomst dan verleden?, Wanneer is iets niet duurzaam?, Zijn we meer lichaam dan geest?'.

De onderwerpen die worden besproken en de vragen die worden gesteld spelen een rol in alle andere vakken die de leerlingen volgen; talen, sport, geschiedenis, wiskunde, humane en exacte wetenschappen en economie. Het filosoferen stelt hen in staat de samenhang tussen die vakken te begrijpen. Bij het filosoferen leren ze denken, argumenteren, twijfelen, zich verwonderen, formuleren en onderzoeken van hypothesen. Ze leren kritische onderzoeks- en andere vragen te stellen bij zaken die soms als vanzelfsprekend worden aangenomen.